Snoekbaars
De snoekbaars (Sander lucioperca), ook wel zander genoemd, is een zoetwatervis die voorkomt in de Benelux en behoort tot de familie van de echte baarzen (Percidae). De vis werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus in 1758 onder de naam Perca lucioperca.
Hoe ziet hij er uit
De snoekbaars heeft een langgerekt, rond lichaam met een puntige kop. De kleur varieert van zilvergrijs tot goudbruin, afhankelijk van de bodem, lichtintensiteit en helderheid van het water. Jonge exemplaren hebben vage donkere dwarsstrepen die bij oudere vissen vervagen. De vis heeft twee rugvinnen, waarvan de voorste stekelige stralen heeft. De ogen zijn groot en glazig, en de vis kan tot 120 centimeter lang worden en 10 tot 12 jaar oud. Mannetjes zijn te herkennen aan hun donkere buik.
Jonge snoekbaars kan worden verward met jonge baars, maar de puntige kop van de snoekbaars maakt onderscheid mogelijk. De snoekbaars in de Benelux is afkomstig uit wateren rond de Zwarte Zee, zoals de Donau.
Gedrag en ecologie
De snoekbaars is een vis van het open water en leeft voornamelijk in diep water. Hij paait van april tot mei bij temperaturen van 12 tot 15 °C. Mannetjes maken kuilen in ondiep water en bewaken de eieren, waarbij ze voor zuurstofrijk water zorgen door vinbewegingen.
De snoekbaars heeft een hekel aan fel licht en zoekt overdag diepe of schaduwrijke plekken op. Jonge larven kunnen sterven bij te hoge lichtintensiteit. Jonge snoekbaars eten kleine organismen zoals watervlooien, terwijl volwassen exemplaren overgaan op grotere prooien, vooral langwerpige vissen. De snoekbaars jaagt vooral ’s avonds en ’s ochtends, waarbij zijn grote, glazige ogen met reflecterend netvlies een voordeel bieden. Hij gebruikt ook zijn zijlijnorgaan om prooien te detecteren via drukverschillen en waterstromen.
In de winter trekt de snoekbaars naar diep water, vaak op dieptes tussen 10 en 20 meter.
Verspreiding en ecologische impact
De snoekbaars komt oorspronkelijk uit Oost- en Midden-Europa en werd aan het einde van de 19e eeuw uitgezet voor de visvangst. In de jaren 1960 en 1970 profiteerde de snoekbaars van eutrofiëring, terwijl de snoekstand hieronder leed. Door waterzuiveringsmaatregelen is de snoekstand hersteld, maar de snoekbaarsstand in Nederland is afgenomen, onder andere door verminderd voedselaanbod en stroperij.
Economische waarde en vangst
Snoekbaars heeft een hoge economische waarde vanwege het gewaardeerde vlees en de populariteit onder sportvissers. Er zijn strikte regels voor de vangst, zoals gesloten tijden en minimummaten. In België is de vangst gesloten van 15 april tot de laatste zondag van mei, en in Nederland van 1 april tot de laatste zaterdag van mei. Buiten deze periodes gelden minimummaten van 45 cm in België en 42 cm in Nederland. Snoekbaarzen boven de 70 cm moeten direct worden teruggezet.
Tot slot
De snoekbaars is een belangrijke vissoort in de Benelux, zowel ecologisch als economisch. Hoewel het een exoot is, heeft hij zich goed aangepast aan het ecosysteem. Het behoud van de snoekbaarsstand is belangrijk, zowel voor de biodiversiteit als voor de visserij.
